Ondanks de uitgebreide, gedetailleerde en te goeder trouw gevoerde betrokkenheid van rechthebbenden gedurende dit proces, slagen de uiteindelijke documenten er niet in om de fundamentele bezorgdheden te adresseren die onze sectoren – en de miljoenen makers en bedrijven die in Europa actief zijn en die wij vertegenwoordigen – consequent naar voren hebben gebracht.
Het resultaat is geen evenwichtig compromis; het is een gemiste kans om intellectuele eigendomsrechten op een betekenisvolle manier te beschermen in het tijdperk van generatieve AI. Het doet ook geen recht aan de belofte van de EU AI-verordening zelf.
Wij herinneren de Europese Commissie eraan dat Artikel 53(1)(c) en (d) van de EU AI Act en aanverwante bepalingen specifiek ontworpen zijn om “de houders van auteursrechten en naburige rechten in staat te stellen hun rechten uit te oefenen en af te dwingen onder het (Europese) Unierecht” als antwoord op de voortdurende grootschalige, ongeautoriseerde exploitatie van hun werken en andere beschermde content door aanbieders van GenAI-modellen, in strijd met EU-regelgeving.
Echter, de feedback van de belangrijkste belanghebbenden waarvoor deze bepalingen bedoeld waren, is grotendeels genegeerd – in strijd met de doelstellingen van de AI-verordening zoals vastgesteld door het Europees Parlement en de Raad – en uitsluitend ten voordele van de GenAI-modelaanbieders die blijven inbreuken plegen op auteursrechten en naburige rechten bij de ontwikkeling van hun modellen.
In 2024 verwelkomden de culturele en creatieve sectoren in Europa de principes van verantwoorde en betrouwbare AI die in de AI-verordening zijn opgenomen, met het oog op een wederzijds voordelige groei van innovatie en creativiteit in Europa. Vandaag echter, met het huidige implementatiepakket van de EU AI Act, worden bloeiende culturele en creatieve sectoren en auteursrechtenintensieve industrieën – die samen bijna 7% van het EU-BBP vertegenwoordigen, werk bieden aan bijna 17 miljoen professionals en economisch bijdragen meer dan de farmaceutische, automobiel- of hoogtechnologische industrieën – opgeofferd ten voordele van de GenAI-sector.
De uitrol van GenAI-modellen en contentproductiesystemen die ook op grote schaal gebruik maken van scraping is al volop bezig. De schade aan, en de oneerlijke concurrentie met, de culturele en creatieve sectoren is dagelijks voelbaar. Deze sectoren moeten worden beschermd, aangezien zij de fundamenten vormen van onze culturen en van de Europese interne markt.
Wij willen duidelijk stellen dat het resultaat van deze processen geen betekenisvolle implementatie biedt van de GPAI-verplichtingen onder de AI-verordening. Wij verwerpen ten stelligste elke bewering dat de gedragscode een eerlijke en werkbare balans vormt, of dat het sjabloon “voldoende” transparantie zal bieden over het merendeel van de auteursrechtelijk beschermde werken of ander materiaal dat gebruikt werd om GenAI-modellen te trainen. Dit is simpelweg onwaar en een verloochening van de doelstellingen van de EU AI-verordening.
Wij roepen de Europese Commissie op om het implementatiepakket opnieuw te bekijken en Artikel 53 op een betekenisvolle manier te handhaven, zodat de EU AI-verordening haar belofte waarmaakt om de Europese intellectuele eigendomsrechten te beschermen in het tijdperk van generatieve AI.
Wij roepen tevens het Europees Parlement en de lidstaten, als medewetgevers, op om het onbevredigende verloop van dit proces aan te kaarten, dat de positie van de creatieve en culturele sectoren in Europa verder zal verzwakken en niets zal doen om de voortdurende schendingen van EU-wetgeving aan te pakken.
Lees hier de tekst in het Engels.
Ondertekenaars
(AAPA, AEPO-ARTIS, BIEM, CEATL, CEPI, CEPIC, CISAC, EANA, ECSA, EFJ, EGAIR, EIF, EMMA, EMMA (Magazine), ENPA, EPC, EUROCINEMA, EVA, EWC, FEP, FERA, FIA, FIAPF, FIM, FSE, GESAC, IAO, ICMP, IFJ, IFPI, IFRRO, IMPALA, IMPF, IVF, News Media Europe, SAA, STM, UNI MEI, UVA)