Implicaties van de Programmawet op Forfaitaire kostenaftrek
Op 23 maart 2026 keurde de Commissie Financiën van de Kamer het ontwerp programmawet goed die de regels rond het voordelige kostenforfait voor inkomsten uit auteurs- en naburige rechten zal wijzigen. De stemming in de Kamercommissie is een belangrijke stap en betekent dat de goedkeuring van de wet vermoedelijk niet lang hierna zal volgen.
Voor alle duidelijkheid: het fiscaal gunstig belastingtarief van 15% verdwijnt niet, maar het fiscaal voordelige kostenforfait zal enkel van van toepassing zijn als je beschikt over een gewoon kunstwerkattest of kunstwerkattest plus.
Beschik je over een gewoon kunstwerkattest of een kunstwerkattest plus en wil je dat deAuteurs het kostenforfait toepast? Bezorg ons dan graag een kopie via info@deauteurs.be met vermelding van de datum van aanvraag en de geldigheidsduur.
Laat ons daarom weten of je over een van deze attesten beschikt.
Meer informatie over de wijzigingen:
Wat voorafging
Inkomsten uit de overdracht van auteurs- en naburige rechten worden aanzien als een roerend inkomen waar je slechts 15% belastingen op betaald, toch indien het bedrag dat je kreeg in het specifieke jaar de grens van 75.350 EUR (inkomstenjaar 2025) niet overschreed. Daarboven ontstaat er discussie. Deze 15% wordt reeds door de schuldenaar, je beheersvennootschap, klant of producent ingehouden (bijvoorbeeld deAuteurs). Daarnaast was er ook een voordelig kostenforfait van toepassing. Zonder dat je iets moest bewijzen aan de hand van bonnetjes, facturen, … ging men sowieso ervan uit dat
- Op de eerste schijf van 0 tot 20.100 EUR, 50% een kost betrof
- Op de volgende schijf van 20.100 EUR tot 40.190 EUR, 25% een kost betrof
Wat betekent dit: op dat gedeelte word je niet belast, want kosten zijn in principe niet belastbaar. We geven een voorbeeld
Voorbeeld
Je kreeg van deAuteurs voor 2025 een totaalbedrag van 2.000,00 EUR, en daarnaast had je nog inkomsten van je producent van 3.000,00 EUR. In totaal dus 5.000,00 EUR in 2025 voor je overdracht van je auteursrechten en de inningen voor bijvoorbeeld de (wettelijke) licenties van je beheersvennootschap(kabel-, uitzend-, … rechten). Hoe werd dit dan belast
- De 5.000,00 EUR valt volledig binnen de eerste schijf en hiervan wordt 50% als kost aanzien zonder dat je iets moet bewijzen. Dus: 2.500,00 EUR
- Op de overige 2.500,00 (je netto-belastbaar inkomen) betaal je dan 15% belastingen. Dus: 375,00 EUR. Deze worden door deAuteurs en je Producent al aan de bron ingehouden, dus op het moment ze je uitbetalen
- Wat hou je netto over: 4.625,00 EUR
Tot daar het verleden.
Wat verandert er?
Vanaf 1 januari 2026 zal het kostenforfait verdwijnen maar het gunstig belastingtarief van 15% uiteraard niet! Vanaf heden zou de berekening er dan als volgt uit zien
- Het volledige bedrag van 5.000,00 EUR is volledig belastbaar aan 15%. Deze 15% wordt nog altijd ingehouden door deAuteurs en je Producent. Dus: 750 EUR.
- Je netto belastbaar inkomen is dus 5.000,00 EUR en niet 2.500,00 EUR want er is geen kostenforfait van toepassing
- Wat hou je netto over: 4.250,00 EUR
Een grote impact dus. Bovendien heeft dit ook eventueel een impact op je Kunstwerkuitkering, als je daar beroep op doet. Daar mag je immers tot 11.060,40 EUR netto-belastbaar inkomen bijverdienen uit onder andere je rechten (samengeteld met je inkomsten als zelfstandige in bijberoep) zonder impact op je uitkering. In bovenstaand voorbeeld is je netto-belastbaar inkomen 5.000,00 EUR terwijl voor de wijziging dit maar 2.500,00 EUR was, omdat het kostenforfait van toepassing was. Een groot verschil dus.
Daarom zijn sommige sectororganisaties in actie gekomen. Doel: om in bepaalde gevallen toch nog het kostenforfait te behouden. De wetgever is akkoord gegaan om het gunstig kostenforfait zoals voorheen te behouden, maar wel enkel voor zij die beschikken over een Kunstwerkattest plus of een gewoon Kunstwerkattest. Heb je een Kunstwerkattest starter dan val je niet onder deze voorwaarden.
Samengevat:
- het fiscaal gunstig belastingtarief van 15% blijft behouden
- het kostenforfait verdwijnt echter
- tenzij je beschikt over een Kunstwerkattest Plus of een gewoon Kunstwerkattest
- heb je een kunstwerkattest starter: dan kom je niet in aanmerking voor dit kostenforfait
De wetgever voorziet dus in een verschillende behandeling tussen:
- houders van een kunstwerkattest gewoon of plus en andere auteursrechthebbenden (bv. journalisten) en van een kunstwerkattest starter
De Raad van State, afdeling Wetgeving heeft in haar advies over de ontwerpwet ernstige twijfels geuit over de verenigbaarheid hiervan met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad geeft aan dat de soepelere voorwaarden voor het verkrijgen van een kunstwerkattest starter en de beperkte geldigheidsduur van het attest de uitsluiting van deze groep niet verantwoordt. Ook stelt de Raad in vraag of alleen kunstwerkers beperkte en meer fluctuerende inkomsten hebben, gecombineerd met hogere beroepskosten, wat de gunstigere regeling rechtvaardigt.
Wat nu?
Het ontwerp programmawet is goedgekeurd door de Commissie Financiën maar moet nog gestemd worden in de Kamer. Na goedkeuring in de Kamer zal het gepubliceerd worden en in werking treden. De nieuwe regels zullen met terugwerkende kracht in werking treden vanaf 1 januari ’26.
Dit betekent dat we vanaf publicatie van de wet het kostenforfait niet meer kunnen toepassen, tenzij je beschikt over een gewoon kunstwerkattest of een kunstwerkattest plus.
Beschik je over een gewoon kunstwerkattest of kunstwerkattest plus? Bezorg ons een kopie hiervan op het mailadres info@deauteurs.be met vermelding van de datum van aanvraag en geldigheidsduur. Dan voegen we het toe aan je dossier.
Meer informatie?
Voor meer informatie kan je ook terecht bij:
Heb je nog geen kunstwerkattest, maar ben je benieuwd of je ervoor in aanmerking komt? Wil je weten hoe je dit kan aanvragen? Vind meer informatie in de handleidingen en tutorials van WITA: Videos handleidingen | Working in the arts